Knipsel mobiliteit.PNG

Gradatie 3 ongemotoriseerd / minimaal aantal parkeerplaatsen

Ongemotoriseerd verkeer wordt gestimuleerd. Dit wordt gedaan door veilige fiets- en wandelroutes te maken en het snelheidslimiet te beperken. Fietsers en wandelaars hebben voorrang en de auto is ondergeschikt. Fietspaden zijn ’s nachts verlicht, zodat het gebruik van de fiets ook ’s nachts veilig is. Parkeergelegenheden zijn iets verder op, zodat het niet de meest voordehand liggende optie is om de auto te pakken. Daarnaast toont onderzoek aan dat mensen eerder de auto pakken wanneer ergens genoeg parkeergelegenheid is. Door dit te beperken tot het minimum wordt er alleen noodzakelijk gebruikt gemaakt van de auto (CROW, 2017). De gebouwgebruikers maken afspraken over het gebruik van auto’s.